We maken AREPA klaar voor de ‘next gen’

We willen ons bedrijf gereed maken voor de ‘next gen’, en met alle zelfrespect, die ‘nieuwe generatie’, dat zijn niet wìj.” Robert Wedoff (54), de president van Envista Forensics zegt het met een brede glimlach op het gezicht, terwijl hij op zichzelf en simultaan op de naast hem gezeten Pieter Benschop wijst. “Zo is het helemaal”, beaamt Benschop (52), die sinds de overname mei jl. van AREPA door Envista wereldwijd de leiding heeft over AREPA.

Interview door Jan Schrijver met
Robert Wedoff (links) en
Pieter Benschop (rechts)



“Om het bedrijf klaar te maken voor de volgende generatie - voor de mensen die hier nu werken en dat de komende tientallen jaren nog zullen doen - moet je globaliseren. Als AREPA hikten wij er toch tegenaan dat de wereld groter is dan wat tot voor kort onze uitvalsbasis was: Nederland en de Scandinavische landen. We wilden letterlijk verder. Envista biedt ons daartoe uitgelezen mogelijkheden.”

Envista
Na de samenvoeging van beide bedrijven werken bij Envista in het totaal 430 medewerkers, waarvan 152 bij technisch reconditioneringsbedrijf AREPA (inclusief in Nederland de medewerkers van AREPA Inspexx) en heeft Envista nu in negen landen een vestiging. Envista levert allerlei forensische diensten op technisch gebied, zoals schade-evaluatie, brand- en explosie-onderzoek, ongevallenreconstructie, bouwadvies, storingsanalyse en geotechnisch advies. Tot de Envista groep hoort ook Guardian Digital Forensics, dat op de Amerikaanse markt digitale onderzoeksdiensten biedt en dat bedrijven onder meer ondersteunt op het terrein van ‘cybercrime’.

AREPA ook in Amerika
“In de gesprekken die we de voorbije jaren met Envista hebben gevoerd over de mogelijkheid dat AREPA zou worden overgenomen, hebben we beslist niet gekeken naar de hoogst mogelijke opbrengst van onze aandelen”, zegt Benschop, die een van de aandeelhouders van AREPA was. “Waar we wel met name naar hebben gekeken is, wat de beste oplossing was op de langere termijn. Welke partij ons de beste ontwikkelingsmogelijkheden zou kunnen bieden.” AREPA verleende zijn diensten op het gebied van technische reconditionering vanuit de landen waarin het bedrijf gevestigd was, - Nederland, Denemarken en Zweden - al wereldwijd, maar om echt goed door te kunnen pakken in regio’s in de wereld is het belangrijk om er gevestigd te zijn. Na de overname door Envista afgelopen voorjaar heeft AREPA inmiddels met zevenmijlslaarzen het geografisch vestigingsgebied kunnen uitbreiden. In de VS en Canada bood Envista reeds technische reconditionering aan het bedrijfsleven. Dat gebeurde onder de naam TekPro Global. Die bedrijven hebben sinds mei jl. als nieuwe naam AREPA North America en vallen nu onder Pieter Benschop.
 
Meegaan in globalisering
Robert - of kortweg Bob -  Wedoff: “Ik heb in 2005 kennisgemaakt met AREPA en raakte toen al onder de indruk van de expertise op het gebied van herstel aan industriële machines, computersystemen, zoals op het gebied van grote datacentres, communicatiesystemen op schepen, windturbines, medische installaties en zo meer. Gespecialiseerde technische kennis en ervaring, die zij inzetten om door schade getroffen bedrijven weer ‘overeind’ te krijgen ofwel om getroffen klanten ‘back on their feet’ te zetten. Als Envista, ontstaan uit verschillende rechtsvoorgangers zoals PT&C en LWG Forensic Consulting Services, voelden we de behoefte om nieuwe stappen in onze bedrijfsontwikkeling te zetten. We willen namelijk meegroeien met onze klanten en willen daarom meegaan in globalisering. We willen know how op nog meer technische deelterreinen binnen ons bedrijf krijgen. Op die deelgebieden waar we kennis en ervaring missen, willen we deze binnenhalen door in te huren of door bedrijven te acquireren die ons aanvullen. Voor het uitrollen van onze groeiplannen vonden we gehoor bij een private investeerder, die ons een financiële injectie heeft gegeven. Toen we met de investeerder gingen brainstormen, welke partijen voor ons een aantrekkelijke aanvulling zouden kunnen betekenen, was AREPA de eerste naam die bij mij opkwam. We hebben contact gezocht en hebben de afgelopen anderhalf jaar uitgebreid met elkaar ‘gedatet’ om elkaar zo goed mogelijk te leren kennen.” De Envista-president vervolgt: “We hebben kunnen vaststellen dat er belangrijke overeenkomsten in de bedrijfscultuur zijn, in beide bedrijven is een ‘familie-cultuur’, van medewerkers die zeer zorgverlenend zijn ingesteld richting klanten, maar die tegelijkertijd als collega’s onderling voor elkaar willen zorgen. Je ziet dan ook dat in beide bedrijven langdurige arbeidscontracten meer regel dan uitzondering zijn. Contracten van 10, 15 zelfs 25 jaar zijn bij ons bedrijf normaal, en dergelijke langjarige loondienstverbanden zijn in de Amerikaanse samenleving alles behalve vanzelfsprekend.”
 
Familiecultuur
Wedoff geeft een recent voorbeeld van de collegiale verbinding die er binnen het bedrijf bestaat. “We hebben verscheidene medewerkers in de omgeving van Houston wonen. We zijn daar ingezet als bedrijf, bijvoorbeeld bij een omvangrijke raffinaderij van Chevron. In de allereerste mail die binnen het bedrijf over de orkaan werd gestuurd, werd de vraag gesteld aan de collega’s in Texas: ‘hoe gaat het met jullie, alles okay’ en daarna - snel erna - e-mails met vragen als ‘hoe gaan we de opdrachten aanpakken’. Het lijkt wellicht een detail, maar het is naar mijn idee tekenend  voor de familiecultuur binnen ons bedrijf.” Het nieuws over het samengaan van Envista en AREPA is zorgvuldig gepland simultaan door beide bedrijven naar buiten gebracht. “En dat hebben we vooral gedaan in het belang van onze medewerkers”, merkt Bob Wedoff op. Ook tekenend voor de familie-cultuur is de manier waarop de integratie van de Amerikaanse en Europese AREPA-onderdelen is aangepakt. Alle medewerkers, van schoonmakers, receptionistes, kantinemedewerkers, technische medewerkers tot en met management en directie zijn enkele weken geleden naar Denemarken gegaan om elkaar daar te ontmoeten en te leren kennen. “Een unieke gebeurtenis”, zo benadrukt Pieter Benschop, “Dat was de allereerste keer in onze geschiedenis, dat echt alle medewerkers op hetzelfde moment in één ruimte bijeen waren. Het werd een bijzonder geslaagde en door een ieder zeer gewaardeerde meeting.”

Het is echt mensenwerk
Bob Wedoff: “Voor ons staat voorop dat we door een acquisitie ons hele bedrijf omhoog willen liften. Doordat we specifieke nog ontbrekende know how binnenhalen, waardoor alle medewerkers zich weer verder kunnen ontwikkelen. We helpen mensen groeien; in een bedrijf als het onze gaat het uiteindelijk allemaal om mensenwerk, zeg ik altijd.” Pieter Benschop: “Envista is niet bepaald het stereotype Amerikaans winstgedreven bedrijf.” Wedoff hoort dit met genoegen. “Wat we echt willen: gewoon op elke technische vraag van onze klanten een goed antwoord kunnen geven. En als we de kennis een keer niet zelf in huis hebben, dan zoeken we in ons netwerk naar het antwoord.” De Envista-president verduidelijkt dit graag met een recent praktijkvoorbeeld. “Een klant van ons, een verzekeraar, werd onlangs geconfronteerd met een van Vietnam naar Florida verscheepte container, die als lading mobiele telefoons zou moeten hebben. De container bleek echter gevuld met zakken zand. We kregen de vraag voorgelegd: waar komt dit zand vandaan? Die kennis hadden we niet in huis maar een forensisch geoloog in ons netwerk wel. Na de nodige research werd de exacte plaats duidelijk waar het zand vandaan kwam: van een strand 7 km van Miami verwijderd. Dat was waardevolle informatie voor de verzekeraar, omdat hieruit bleek dat de diefstal hoogstwaarschijnlijk niet had plaatsgevonden op zee tijdens het transport.”
 
Complete menu uitrollen
“Als je binnen een groep in een groot scala van klantbehoeften aan technische reconditionering kunt voorzien en technische vragen kunt beantwoorden, dan kun je het door de groep aangeboden ‘menu’ aan diensten vanuit alle landen waarin je gevestigd bent gaan uitrollen. Dat zullen we geleidelijk aan gaan doen”, zegt Bob Wedoff. “Zo heeft Envista voor zijn forensische diensten nog niet zo lang geleden een kantoor in Londen geopend. Onze forensische dienstverlening ontwikkelt zich goed daar. Voor ons als groep is dan een volgende stap, dat ook AREPA een betere aanwezigheid op de Engelse markt gaat krijgen. We zijn nu ook bezig met een vestiging in Singapore en dat wordt ook door AREPA als een belangrijke uitvalsbasis gezien. Vanuit een kantoor in Mexico, zal op termijn geëxpandeerd worden in Latijns Amerika. Omgekeerd zullen bijvoorbeeld ook delen van de forensische diensten in de Europese landen waar AREPA al gevestigd is, kunnen worden aangeboden.”
 
Garanties
Voor wat betreft de specifieke kwaliteiten die AREPA aan de groep toevoegt wijst Wedoff op de zeer goede staat van dienst van het bedrijf bij het verlenen van technische reconditionering, zodanig dat bedrijven als HP en Cisco eventuele van toepassing zijnde garanties en servicecontracten weer van kracht doen zijn na herstel door AREPA. Ook is het bedrijf dermate zeker van de kwaliteit van het geleverde herstel, dat het zelf garanties verleent.
 
Windmolens
Ook noemt Wedoff expliciet de binnen de Europese vestigingen van AREPA bestaande kennis en ervaring op het gebied van windturbines als een waardevolle toevoeging op een markt die zeker de komende decennia nog zal groeien. Zo is er in de VS, ten gevolge van wijziging in de fiscaliteit ten aanzien van windmolens, een tendens naar verlenging van het aantal jaren dat de molens gebruikt zullen gaan worden. “Als men langer doorgaat met bestaande molens, betekent dat meer onderhoud en ongevallen en dus meer werk”, is de conclusie van de Amerikaan. Om te werken aan windmolens vraagt dat van de medewerkers niet alleen technische kennis. Het op grote hoogte werken, is zeker niet voor iedereen weggelegd. Inmiddels zijn er binnen AREPA 40 à 50 mensen getraind voor werkzaamheden aan windmolens, waaronder ook medewerkers die aan kabels hangend aan de buitenkant van de molens werkzaamheden uitvoeren. Ook in Europa is er voorlopig groei in het aantal windmolens, zo geeft Pieter Benschop aan: “Denk bijvoorbeeld aan de geplande bouw voor de kust van Zeeland van het grootste windmolenpark in de Noordzee. We werken dus zowel on- als offshore. Klanten kunnen verzekeraars of eigenaars zijn, maar ook de fabrikanten ervan en de energiebedrijven.”

Beste van twee werelden
Bob Wedoff tot slot: “We willen als bedrijf tegelijkertijd specialiseren en globaliseren, kortom we willen het beste van twee werelden. We zijn goed op weg, maar hebben nog een groot deel van de wereld -  waar we onze voetafdruk nog niet hebben staan - te winnen. Het is uitdagend en opwindend om daar als team enthousiast mee bezig te zijn; het levert energie op en we hebben alle vertrouwen dat we succesvol zullen zijn.” Pieter Benschop haakt hierop in: “We willen wereldwijd voet aan de grond krijgen, maar in elke markt de locale focus behouden.”

 
(dit interview is in druk verschenen in Schade Magazine nummer 5 dat vorige week is uitgekomen)
Geplaatst op 02-11-2017