Mediation in letselschade blijft achter: onbekendheid of onwil?

Volgens de website van het Personenschade Instituut voor Verzekeraars (PIV) worden gemiddeld 65.000 letselschadezaken per jaar gemeld. Bij ongeveer 10% van die zaken duurt de behandeling meer dan twee jaar. Vooral wanneer een procedure gevoerd moet worden kan het jaren duren voordat een dossier wordt gesloten.

De kosten van de behandeling lopen aanzienlijk op en worden betaald door de verzekeraar. Voor de belanghebbende betekent een lange looptijd vaak jarenlange onzekerheid. Een slachtoffer kan de gebeurtenis niet afsluiten en wordt daardoor ook nog eens slachtoffer van het letselschadeproces op zichzelf.
 

De oplossing?
Mediation is een uitstekend middel om een conflict tot een oplossing te brengen. Ook juridische professionals zijn deze mening toegedaan, blijkt uit onderzoek(1). De kans dat een mediation slaagt ligt rond de 75%. Naast de verkorting van de looptijd betekent dit dat partijen zelf tot een oplossing komen waar beiden zich in kunnen vinden. Een gunstigere uitkomst dus.


De inzet van mediation in langlopende letselschadezaken lijkt dus voor de hand liggend. Helaas blijkt dit niet het geval, schattingen gaan uit van 250 mediations per jaar. Een dergelijk aantal staat in geen verhouding tot het aantal langlopende dossiers.


Onwil?
De Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) bepaalt dat indien de behandeling van een letselschadeclaim langer duurt dan drie jaar, en de benadeelde niet tevreden is over de aanpak door de verzekeraar, hij of zij recht heeft op onafhankelijke bemiddeling, zoals mediation(2). Het is helaas onze ervaring dat in veel gevallen waarin bij vastgelopen onderhandelingen mediation wordt voorgesteld, de verzekeraar zonder motivatie afhaakt. Gesteld wordt dan bijvoorbeeld dat “de zaak zich daar niet voor leent.”

Naar de achterliggende gedachte kan slechts worden gegist. Mogelijk heerst de angst teveel water bij de wijn te moeten doen om tot een regeling te komen. In de zaken waarin door de verzekeraar inmiddels een advocaat is ingeschakeld, kunnen ook de financiële belangen van de advocaat een rol spelen.

Onbekendheid?
De rechtbank oordeelde in een deelgeschil dat een verzekeraar niet gedwongen kon worden deel te nemen aan een mediation vanwege het vrijwillige karakter(3). Helaas geeft de rechtbank in de betreffende uitspraak er blijk van weinig bekend te zijn met de uitgangspunten van mediation. In de betreffende casus werd aangegeven dat een mediator de vraag over de schade hoogstwaarschijnlijk niet zou kunnen beantwoorden. Dat is juist niet de rol van de mediator.

Wat is er voor nodig om mediation vaker in te zetten bij langlopende letselschadedossiers? Uiteraard kan de wetgever hier een rol spelen. Het Wetsvoorstel Bevordering Mediation kan een bijdrage leveren. Het is de vraag of dit voldoende is. Een groter bewustzijn bij verzekeraars omtrent de kansen die deze alternatieve geschillenbeslechting biedt, kan ertoe leiden dat al voor het in gang zetten van een gerechtelijke procedure voor dit alternatief wordt gekozen.

Een economische keuze
Een saillant detail is dat in de bovenomschreven zaak uiteindelijk een gerechtelijke procedure is gevoerd over de hoogte van de schade. De vergoeding die de betreffende verzekeraar diende te betalen was aanzienlijk hoger dan waarop in het onderhandelingstraject was ingezet. De verzekeraar heeft door de weigerachtige houding ten opzichte van mediation niet alleen het slachtoffer een procedure ingeduwd, maar ook veel meer schadevergoeding en gerechtelijke kosten betaald dan noodzakelijk was geweest.

In het artikel ‘Mediation in letselschade blijft ten onrechte achter’ bespreekt Lydia Charlier van Beer Advocaten, de bovenomschreven kwestie uitgebreid(4).

(1) Kansen en Belemmeringen voor Zakelijke Mediation, ZAM/ACB 
(2) Gedragscode Behandeling Letselschadezaken (2012)
(3) ECLI:NL:RBROT:2016:8088
(4) Mediation in letselschade blijft ten onrechte achter, Letsel&Schade 2018, nr. 3

 

Geplaatst op 20-09-2019


Share on: