NLE: In letselschadezaken is een goede belangenbehartiger onontbeerlijk

De Branchevereniging Nederlandse Letselschade Experts (NLE) heeft gereageerd op het rapport Langlopende letselschades van de Universiteit Utrecht. Het rapport toont aan dat mensen met een letselschadeclaim baat hebben bij een goede belangenbehartiger, aldus de NLE. De branchevereniging pleit voor de komst van een toezichthouder, waarschuwt voor normering door directe verzekeringen en roept partijen op meer samen te werken.

NLE-voorzitter Rini Withagen vat de conclusies samen: “De onderzoekers wijzen op het samenspel van factoren dat kan leiden tot vertraging van de afwikkeling van een letselschadezaak. Sommige oorzaken zijn inherent aan een zorgvuldige schaderegeling, andere oorzaken kunnen voorkomen worden. Een belemmerende factor is dat er veel verschillende personen betrokken kunnen zijn bij de schaderegeling. Goede communicatie en het managen van verwachtingen kan veel onrust bij het slachtoffer voorkomen. Daar doen wij als belangenbehartigers ook ons best voor.”

Een goede belangenbehartiger is van groot belang
“Het rapport maakt duidelijk dat het schaderegelingstraject complex kan zijn,” aldus Withagen. “Juist daarom hebben slachtoffers baat bij een deskundige en oplossingsgerichte belangenbehartiger. Een zorgvuldige schaderegeling is niet mogelijk zonder een kennisevenwicht tussen de halende en de betalende partij, met focus op de belangen van het slachtoffer. Daarnaast houdt de belangenbehartiger vinger aan de pols bij het hersteltraject, de arbeidsreïntegratie en de aanvraag van sociale voorzieningen. Een goede belangenbehartiger is in letselschadezaken, nu en in de toekomst, onontbeerlijk.”

Toezicht en sancties zijn nodig 
Hoe nu verder? Rini Withagen geeft aan welke maatregelen de NLE ondersteunt: “De letselschadebranche is er in de afgelopen decennia niet in geslaagd om via zelfregulering tot de benodigde verbeteringen te komen. Waardevolle initiatieven zoals de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) zijn te vrijblijvend gebleken om het verschil te maken. Daarom is het verstandig dat de overheid nu ingrijpt en de letselschadepraktijk reguleert.” 
De NLE pleit voor de oprichting van een onafhankelijke toezichthouder die sancties kan opleggen als partijen handelen in strijd met (GBL/keurmerk) richtlijnen. Withagen: “Alle betrokken partijen moeten vallen onder een kwaliteitsregeling en zich toetsbaar opstellen. Ongereguleerde bureaus kunnen worden geweerd. Kwalijke praktijken kunnen worden aangepakt. Verzekeraars die structureel tekortschieten, kunnen worden gedwongen de schaderegeling uit te besteden.”

WA-direct kan de rechten van slachtoffers schaden 
Verzekeraars zijn ondertussen druk bezig met de introductie van directe verzekeringen. De NLE waarschuwt voor deze ontwikkeling. Withagen: “De stelling is dat je een letselschade beter kan regelen met een verzekeraar aan wie je premie betaalt, dan met een andere verzekeraar. Waarom is niet helder. Het voordeel voor verzekeraars is wel helder, de letselschade valt dan onder beperkende polisvoorwaarden. Het recht op volledige schadevergoeding gaat daarmee verloren. Het is aan de politiek om daar een stokje voor te steken.” 

Samenwerken
Tot slot roept Rini Withagen alle partijen in de letselschadebranche op tot meer samenwerking. “We weten allemaal dat het belang van het slachtoffer centraal moet staan. Maar, hoe doe je dat? Door samen te werken. Professionals die werken in de letselschadepraktijk hebben de verantwoordelijke taak om, los van de inhoud, voortvarend samen te werken. Om, vooral als sprake is van verschillende inzichten, de schaderegeling op het goede spoor te houden en onnodige vertraging te voorkomen. Het rapport van de Universiteit Utrecht geeft nog maar eens aan hoe belangrijk dat is.” 
 
Geplaatst op 24-09-2020


Share on: