Nieuwjaarsboodschap Adfiz voorzitter Roger van der Linden: er is werk aan de winkel

Roger van der Linden, voorzitter van Adfiz, hield op 14 januari vanuit een leeg Spant de jaarlijkse nieuwjaarsboodschap. Deze keer anders dan alle andere jaren maar daarom niet minder speciaal. Zo kregen deelnemers vooraf een flesje bubbels thuisgestuurd om samen te kunnen proosten op het nieuwe jaar. Bij ‘binnenkomst’ liep directeur van Adfiz Enno Wiertsema vanaf de ingang virtueel met het bezoek mee naar de zaal waar de voorzitter zijn speech gaf.


Roger begint zijn speech door te benadrukken dat het een raar, turbulent, droevig en ingrijpend jaar is geweest. Toch wil hij er niet te diep op ingaan omdat alles inmiddels wel is gezegd over de schaduwzijden van coronajaar 2020. “Veel inspirerender vind ik het om het te hebben over wat het ons heeft opgeleverd, wat het in gang heeft gezet en wat het ons heeft doen inzien. Bijvoorbeeld hoe belangrijk en waardevol het is om een adviseur te hebben die altijd dichtbij je staat. Iemand die jou kent, benaderbaar is, weet wat er bij je speelt, waar je tegenaan loopt, je adviseert over hoe daarmee om te gaan en je zo in staat stelt je bedrijf of leven te leiden zoals jij dat wilt.

Want we leven in een maatschappij waar de druk om zelf de regie te voeren over je leven steeds groter wordt. Dat geldt dus ook voor de persoonlijke financiën van mensen. En dat gaat niet altijd even goed. Alle goede bedoelingen ten spijt om mensen met een waaier aan initiatieven tóch te verleiden eens in hun pensioen te duiken of hun woning te verduurzamen. Ze doen het niet. Ze weten dat het nodig is, maar beginnen er niet aan. Althans niet uit zichzelf. En dan blijkt maar weer eens hoe waardevol het is om een adviseur te hebben. Iemand die de klant die bij hem aan tafel zit voor een hypotheek ertoe aanzet om samen eens naar de oudedagsvoorziening of verduurzamingsmaatregelen te kijken.

Ook op het gebied van de verzekerbaarheid van steeds lastiger te verzekeren risico’s is het goed een adviseur dichtbij te hebben. Iemand die samen met de ondernemer een gedegen risicoanalyse opstelt. Die preventiemaatregelen voorstelt en beheersmaatregelen helpt uitvoeren. Maar dan moeten verzekeraars wel willen meewerken. En dat ene bedrijf beoordelen op zijn eigen inspanningen om risico’s beheersbaar te houden. En niet klakkeloos generieke maatregelen doorvoeren.

Voor de volgende prolongatie hebben we met het Verbond en de VNAB uitgangspunten en richtlijnen opgesteld. Dat is een stap in de goede richting, en daar gaan we de komende maanden al mee aan de slag. Maar daarmee zijn we er nog niet. Het kan, anno 2021, toch niet zo zijn dat goede, bonafide bedrijven moeten lijden onder die bedrijven die hun zaakjes niet goed op orde hebben? Dat is een verkeerd signaal naar die ondernemers. En naar de samenleving. En dat schaadt het vertrouwen in onze sector.”
 

Vertrouwen

“Over vertrouwen gesproken,” vervolgt Roger, “het thema van de vorige Nieuwjaarsbijeenkomst was ‘vertrouwen leidt tot vertrouwen’. Tot wat voor goeds onderling vertrouwen in de keten kan leiden, hebben we vorig jaar met z’n allen gezien. En daar wil ik toch ook even bij stil staan. Het is te mooi en inspirerend om zomaar aan voorbij te gaan. Zo boden hypotheekverstrekkers hun klanten die in de problemen dreigden te raken al vrijwel direct uitstel van betaling aan. Toonden Pensioenverzekeraars en –fondsen zich coulant qua inning van pensioenpremies. Werden betaaltermijnen opgerekt. Zagen maatregelen het licht voor de dekking van privéauto’s van restaurateurs die nu maaltijden bezorgen. Werd verkondigd dat de uitsluitingsclausule leegstand niet gold in de coronasituatie. Was de verzekerde inventaris, zonder extra preventie-eisen, ook gedekt als deze was geïnstalleerd op de thuiswerkplek. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Laten we er samen voor waken dat deze constructieve op vertrouwen gebaseerde instelling niet van voorbijgaande aard blijkt. Want het kan wel degelijk. En het is ook nog eens in het belang van de klant.”
 

Transparantie

“Wat echter niet in het belang van de klant is, is het voornemen van minister Hoekstra om transparantie halverwege de dienstverlening in te voeren. Op het moment dat de consument staat voor een productkeuze. Dat heet dan nominale transparantie. Maar nominale transparantie bestaat niet. Dat zou namelijk betekenen transparant worden nádat de klant een adviseur heeft gekozen en nádat die klant met deze adviseur een heel adviestraject heeft doorlopen.

Je hoeft geen Edward Lorenz te heten en de vader van de chaostheorie genoemd te worden om te begrijpen dat transparantie op dit punt in het dienstverleningstraject tot chaotische taferelen gaat leiden. Ziet u het al voor zich: de klant die alle benodigde gegevens en documenten heeft verzameld. De adviseur die vele uren heeft gestopt in een advies op maat. En dat ze het dan pas gaan hebben over de kosten. Dan heb je toch allang voor elkaar gekozen? Dus als het dan toch moet, wat ik nog steeds niet zie, dan aan het begin van het traject!

Weten waar hij aan toe is wil de klant ook als het gaat om woningverduurzaming. De overheid pusht woningeigenaren om maatregelen te treffen. Met allerlei rekensommetjes en -tooltjes wordt zogenaamd aangetoond dat je je investering snel terugverdient. Tegelijkertijd waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving voor lukraak verduurzamen. En wijst erop dat consumenten zich eerst goed moeten laten voorlichten door een verduurzamingsadviseur. En de financiële consequenties ervan laten doorrekenen door een financieel adviseur. Dan helpt het niet om als overheid te doen alsof verduurzaming altijd een no-regret investering is en de consument aan het doe het zelven te zetten. Integendeel. Wat ze moeten doen, is de essentiële rol van de adviseur bij woningverduurzaming benadrukken. Iets wat staatssecretaris Knops ook heeft beaamd. Ik zeg dan: ‘put your money where your mouth is’.”

Werk aan de winkel

Roger benadrukt dat er in 2021 behoorlijk wat werk aan de winkel is. “Daarvoor is mankracht nodig. Ook van jonge mensen met een frisse blik en innovatieve ideeën. Het is geen geheim dat de arbeidsmarkt niet massaal warm loopt voor onze branche. En dat is jammer, want naarmate van mensen een steeds grotere zelfredzaamheid wordt gevraagd, zal ook de vraag naar onafhankelijk financieel advies toenemen. Daarom zijn wij als vereniging samen met opleidingsinstituten en het UWV programma’s aan het voorbereiden om jongeren wél warm te laten lopen voor onze branche. Want dat is nodig als we willen voorkomen dat burgers de boot missen.”

Ten slotte benoemt Roger hoe belangrijk het is dat de sector continu blijft professionaliseren. “Als Adfiz blijven we ons daar hard voor maken. Van een vereniging die zich primair inzette voor de eigen leden, zijn we steeds meer ook een vereniging geworden die zich inzet voor de sector. Bijvoorbeeld door kennis, uitleg en ondersteuning op het gebied van privacy en coronamaatregelen breed te delen. Door samenwerkingsverbanden aan te gaan met vakmedia. Door ministeries, toezichthouders en politici in contact te brengen met leden. En ga zo maar door. Dat kan alleen doordat we ons als adviseurs verenigen. Ongeacht of dat bij Adfiz is of niet.

Toch zie ik nog steeds grote aantallen adviseurs die zich niet aansluiten, die niet verenigd zijn. En dat komt de professionalisering van onze beroepsgroep niet ten goede. Dat vind ik overigens niet alleen. Dat hoor ik ook in gesprekken met ministeries, aanbieders en toezichthouders. Ik zou die partijen dan ook willen oproepen de betreffende adviseurs daarop aan te spreken: als je het zo belangrijk vindt, handel er dan ook naar. Want, weet u nog? Zelfs minieme veranderingen kunnen grote gevolgen hebben.”


Na Roger kwamen nog enkele sprekers aan het woord waaronder minister Koolmees met een korte nieuwjaarsgroet. De middag werd besloten met een groet van de directeur en de voorzitter die bij de uitgang van het Spant de bezoekers uitgeleide deden.

Geplaatst op 15-01-2021


Share on: