Adfiz opent Midjaarsbijeenkomst met speech door voorzitter Roger van der Linden

Op woensdag 8 juni was in Laren de eerste Adfiz Midjaarsbijeenkomst. Een netwerkevenement waar de gehele branche - Adfiz-leden, verzekeraars, toezichthouders, vakmedia, etc. - elkaar ontmoeten. De speech van voorzitter Roger van der Linden kunt u hieronder lezen.

Voorzitter Roger van der Linden
Fit zijn, en blijven – niet alleen financieel, maar ook fysiek – is iets waaraan ik persoonlijk grote waarde hecht. Het is voor mij als het ware de voedingsbodem waar ik uit put om de dingen aan te pakken die ik aan wil pakken, de inspiratie te halen die nodig is om de juiste koers te vinden en de kracht te vinden om die koers te blijven volgen en vol te houden. 
 
Die fysieke fitheid is iets waar ik continu aan werk. Vrijwel dagelijks. Dat zie ik overigens niet als een opgave, want ik doe het met plezier. Ik heb het dan over de marathons die ik loop.  Ik haal daar een grote voldoening uit
 
Natuurlijk is het vaak hard werken
De voorbereiding, schema’s maken, de training, de pijn verdragen, de momenten van terugval, de bourgondische dingen die even niet mogen. Dat is op het moment zelf echt niet altijd leuk.
 
Maar dat valt in het niet bij de beloning
Het moment dat je beseft dat je je doel kunt halen, de spanning voor de wedstijd, de adrenaline, het moment dat het startschot klinkt, het hoofd leeg, de volharding en dan als apotheose, de finish, de ontlading en het geluksgevoel. Daar doe ik het voor.
 
En ik hou daarvan. En het houdt me gezond, zorgt ervoor dat ik lekkerder in mijn vel zit en het geeft een boost aan het geloof in mijn eigen kunnen.
 
Nu ja, dat het belangrijk is om aan je fysieke gezondheid te werken, dat weten we allemaal. 
Matig drinken, gezond eten, niet roken, regelmatig sporten en bewegen; 
Het zijn allemaal zaken die als steeds normaler worden beschouwd. En die ook steeds meer mensen doen. En dat is een goede ontwikkeling. 
In de eerste plaats voor het individu zelf, maar ook voor de maatschappij. 
De zorgkosten dalen, de productiviteit van werknemers neemt toe, mensen zijn gelukkiger en energieker, de maatschappij is weerbaarder… En daardoor besparen we jaarlijks vele miljarden.
 
Maar dat kregen we niet cadeau. Het is niet eens zo heel lang geleden dat de sigaretten in colaglazen op tafel stonden bij familiefeesten, of dat bedrijfsfitness een niet bestaand woord was. 
Het is de keuze van Nederland geweest om fysiek fitter te worden. 
En er is nu geen ontkomen meer aan. Wetenschap, overheid, werkgever, familie en vrienden, er is altijd wel iemand die het top of mind houdt en tot actie aanzet. 
En, er is geen twijfel over dat het om het totaalplaatje gaat. Niet even een crash-dieet en dan weer terug naar normaal. Dat doet voor de lange termijn niets af.
 
Maar goed, tot zover Dr. Roger. We zitten hier als financiële sector. 
En dat is maar goed ook.
 
Want met het gezamenlijk streven naar financiële fitheid hebben we nog veel stappen te maken voordat we ons met de gezondheidssector mogen meten. 
Natuurlijk staat financiële fitheid al enige tijd prominent op de agenda. Maar wel vooral op de beleidsagenda.

Er worden onderzoeken genoeg gedaan, maar een echt fundamenteel wetenschappelijk onderzoeksveld is het nog lang niet.
Er worden volop adviezen geschreven, maar bij het gemiddelde huishouden is het nieuws nog nauwelijks bekend. 
En er zijn allerlei aandachtsmomenten, informatieconcepten en deeloplossingen
Maar continue en maatschappijbrede aandacht voor een doorlopende en integrale aanpak… ik zie het nog niet.  
Het is allemaal nog te incident gedreven, te versnipperd, te weinig persoonlijk en te vrijblijvend. 
En daarmee is de vraag volgens mij: kiezen we er als Nederland echt voor om financieel fitter te worden? 
 
Wij wel! 
En dat zijn we natuurlijk ook aan onze stand verplicht. 
Wij zijn de financiële huisartsen van Nederland. 
Wij zitten in de wijken. 
Wij zijn generalisten. 
En bij ons kunnen mensen terecht voor een integrale blik op hun financiële wensen én noden. 
Simpel gezegd: het is ons vak!
 
Dus ja, wij willen graag bijdragen aan de financiële fitheid van Nederland.
En dat betekent niet dat iedereen morgen naar een professioneel adviseur moet.
Dat is lang niet altijd, en lang niet voor iedereen nodig. 
Bovendien, zoveel adviseurs zijn er ook helemaal niet. 
 
En, heel eerlijk, ik denk dat we als beroepsgroep ook nog wel wat beter kunnen worden in die integrale aanpak.
 
Financiële fitheid bevorderen betekent wel dat wij vol intekenen op het in beweging krijgen van mensen om te werken aan hun financiële gezondheid. 
  • Dat wij met iedereen mee willen denken, en werken aan structurele en zichtbare aandacht voor financiële gezondheid. 
  • Dat wij met iedereen mee willen denken, en werken aan interventies, acties en campagnes, die nodig zijn om mensen te helpen verder te kijken dan een verzekering voor de auto, een hypotheek voor het huis, en een lijfrente voor een fiscale aftrek. 
  • Dat wij met iedereen mee willen denken, en werken aan alle mogelijke antwoorden op de vraag hoe mensen te motiveren om regelmatig aandacht te geven aan de eigen financiële situatie. Ook als daar al enige tijd geen acute aanleiding voor is, door bijvoorbeeld gezinsuitbreiding, verhuizing of een nieuwe baan.
  • En vooral dat wij met iedereen mee willen denken, en werken om niet langer pillen, poedertjes, drankjes en zalfjes voor te schrijven voor acuut opspelende klachten, maar om integrale financiële fitheidsprogramma’s te ontwerpen.
 
En die programma’s komen er.
Naar mijn overtuiging in alle soorten, maten en zwaartes. 
Soms is het een uitgebreid financieel plan met geplande periodieke updates, soms het eerlijke advies dat het binnen de mogelijkheden al prima op orde is. En alles daar tussen in.
 
Ik zal ook vertellen wat het volgens mij niet kan zijn: 
een deeladvies dat een los product nog actueel is, 
Of een begeleide keuze over een los stukje van het totale vermogen,
Of een woud aan transparante informatie waarin je weliswaar met voldoende doorzettingsvermogen goed kunt vinden hoe je er financieel voorstaat, maar waarin het gros van Nederland verdwaalt.
 
Begrijp me niet verkeerd. Ik wil niet beweren dat die dingen allemaal niet meer mogen of geen zin hebben. Mijn stelling is dat we niet moeten denken dat het genoeg is voor financiële fitheid. 
Wat informatie van een aanbieder over een bestaand product of wat extra transparantie alleen helpt een klant echt niet. En dat beeld moeten we ook niet oproepen bij de consument. Focus op slechts een puzzelstukje uit de hele puzzel is nu eenmaal niet genoeg.
 
Dus als een deeladvies, een begeleide keuze of een informatieset bijdraagt aan aandacht voor financiën, en bereidheid om naar het relevante totaalplaatje te kijken, dan is dat top. 
Als ze ingezet worden om alleen het betreffende puzzelstukje wat te verbeteren, zonder erop te wijzen dat het uiteindelijk om de totale puzzel gaat, dan gaan we heel wat crash-diëten tegemoet. En dat geeft misschien even het gevoel heel goed bezig te zijn, maar na een tijd blijkt het toch niet te werken. Sterker nog: het gaat tegenwerken
 
Dat brengt me bij de vraag wat er wel nodig is om mensen in beweging te krijgen.
Vandaag verschijnt de nieuwe Advies in Cijfers.
En wat mij opviel zijn de vele onderzoeken die internationaal intussen zijn gedaan naar de redenen waarom mensen geen hulp vragen.
 

En ja, kosten blijven belangrijk, maar zijn bij lange na niet de belangrijkste drempel.

Ik noem een paar grotere drempels.
  • Ze denken dat het niks voor hen is omdat ze niet veel vermogen hebben
  • Ze hebben onvoldoende vertrouwen in zichzelf dat ze een goede adviseur en waardevol advies herkennen
  • Ze staan überhaupt niet stil bij de vraag of hun financiën gezond zijn
  • Mensen denken dat ze het zelf kunnen
  • Ze ervaren schaamte om over de eigen financiën te praten met een professional
  • En voor vrouwen komt er nog bij dat ze zich onvoldoende ondersteund en begrepen voelen door de veelal op mannen gerichte producten, adviezen en communicatie
 
Met dit soort inzichten hebben we als sector goud in handen om mensen beter te bereiken en in beweging te zetten. En om echt werk te maken van financiële fitheid. 
Dat kunnen we overigens niet alleen, en dat willen we ook niet alleen. Wat we willen is samen denken, en werken aan resultaat. Natuurlijk samen met verzekeraars en banken, maar ook met overheid, werkgevers, gedragswetenschappers,  onderwijsinstellingen en ieder ander die financiële fitheid als uitgangspunt kiest. 
 
Tot slot is er volgens mij nog een les te trekken uit de aanpak van fysieke gezondheid. We moeten het niet teveel hebben over de schema’s, de training, de dingen die niet meer mogen, maar over de opbrengst, het inzicht, de rust, het geluk te weten waar je aan toe bent. Die beloning helpt naar mijn overtuiging ook beter om mensen voor hun financiële fitheid in beweging te krijgen. 
 
En wat zou dat een goede ontwikkeling zijn. 
In de eerste plaats voor het individu zelf, maar ook voor de maatschappij. 
De zorgkosten dalen, de productiviteit van werknemers neemt toe, mensen zijn gelukkiger en energieker, de maatschappij is weerbaarder… En daardoor besparen we jaarlijks ook nog eens vele miljarden.
 
 
Geplaatst op 08-06-2022


Share on: