45 jaar OSR: wie zorgt ervoor dat het recht ook werkelijk toegankelijk is?
OSR juridische opleidingen vierde op 18 september haar 45-jarig bestaan met een lustrumcongres in Hotel Karel V in Utrecht. Een middag die in het teken stond van terugkijken, maar vooral van een vraag die actueler is dan ooit: hoe zorgen we ervoor dat mensen daadwerkelijk toegang hebben tot het recht?
Teun Struycken, Sanne van Oers en Reinier Feiner belichtten die vraag ieder vanuit een ander perspectief. Eén vraag liep als een rode draad door de middag: wat kun je daar vanuit je eigen rol zelf aan bijdragen?De vrijwel volledig gevulde zaal in Hotel Karel V vormde het decor voor het 45-jarig jubileum van OSR juridische opleidingen. Onder de genodigden bevonden zich juridische professionals uit verschillende delen van de rechtspraktijk, mensen die als docent, bestuurder of anderszins bij OSR en het juridisch onderwijs betrokken zijn.
Algemeen directeur Petra Jungjohann en directeur New Business Paul Tillemans stonden in hun openingswoord kort stil bij 45 jaar OSR. Een jubileum nodigt uit om terug te kijken, maar volgens hen minstens zozeer om vooruit te kijken. Dat gebeurde aan de hand van een thema dat nauw verbonden is met de oorsprong van OSR: toegang tot het recht.
Want dat er recht bestaat, betekent nog niet vanzelfsprekend dat mensen dat recht ook daadwerkelijk kunnen bereiken. Wat gebeurt er wanneer iemand niet weet waar hij met zijn probleem terechtkan? Wanneer regelgeving te ingewikkeld is geworden? Wanneer iemand van loket naar loket wordt verwezen? Of wanneer de juiste juridische hulp niet of onvoldoende beschikbaar is?
Van stelsel naar beroepsgroep naar dagelijkse praktijk
Drie sprekers bekeken die vraag vervolgens ieder vanuit hun eigen positie.
Voormalig advocaat, - wetenschapper en -staatssecretaris voor Rechtsbescherming Teun Struycken koos het perspectief van het Nederlandse rechtsstelsel. Daarbij ging het niet alleen om de formele inrichting van rechtsbescherming, maar juist om de vraag wanneer toegang tot het recht in de praktijk ook daadwerkelijk bestaat. Welke verantwoordelijkheid ligt bij de overheid en het stelsel en welke verantwoordelijkheid dragen de verschillende partijen die daarbinnen actief zijn?
Sanne van Oers, algemeen deken van de Nederlandse Orde van Advocaten en sociaal advocaat, bracht de discussie vervolgens naar de advocatuur. Welke verantwoordelijkheid heeft de advocatuur zelf voor de toegankelijkheid van het recht? Daarbij gaat het niet uitsluitend om sociaal advocaten. Ook de positie en mogelijke bijdrage van de commerciële advocatuur kwamen aan bod.
Reinier Feiner, voorzitter van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland en zelf sociaal advocaat, bracht het gesprek daarna naar de dagelijkse praktijk. Want wat op
papier logisch en goed georganiseerd lijkt, kan voor een rechtzoekende in de praktijkheel anders uitpakken. Juist aan de hand van ervaringen uit die praktijk werd zichtbaar hoe belangrijk het is dat de verschillende onderdelen van de juridische hulpverlening op elkaar aansluiten.
Zo bewoog de middag bewust van stelsel, naar beroepsgroep, naar praktijk.
Niet alleen kijken naar wat een ander moet doen
Na de drie inleidingen en een korte pauze schoven Struycken, Van Oers en Feiner gezamenlijk aan voor de paneldiscussie. Aan de hand van prikkelende stellingen gingen zij met elkaar én met de zaal in gesprek. Daarbij kwamen onder meer de verantwoordelijkheid voor toegang tot het recht, de rol van de advocatuur, de inrichting van juridische hulpverlening en de ontwikkeling en samenwerking van juridische professionals ter sprake.
De discussie bleef nadrukkelijk niet beperkt tot het podium. Vanuit de zaal werd volop gereageerd, werden vragen gesteld en perspectieven toegevoegd. Juist doordat deelnemers vanuit verschillende delen van de juridische wereld aanwezig waren, ontstond regelmatig discussie over waar de verantwoordelijkheid van de ene partij ophoudt en die van een andere begint.
Maar misschien was een andere vraag interessanter. Wat als we niet beginnen met de vraag wat de overheid, de advocatuur, de rechter of een andere organisatie zou moeten veranderen, maar met de vraag wat we zelf kunnen doen?
Die gedachte kwam gedurende de middag verschillende keren terug en werd uiteindelijk samengevat in de vraag: “Wat kun jij vanuit jouw eigen rol of positie doen om de toegang tot het recht te bevorderen?”
Daarmee werd toegang tot het recht niet alleen een abstract vraagstuk over de inrichting van het Nederlandse rechtsstelsel, maar ook een vraag aan iedere aanwezige afzonderlijk.
Toegang tot het recht vraagt om verbinding
Een eenduidig antwoord op het vraagstuk van toegang tot het recht leverde de middag vanzelfsprekend niet op. Daarvoor is het onderwerp te omvangrijk en zijn de betrokken belangen en verantwoordelijkheden te verschillend.
Wel werd duidelijk hoezeer de verschillende schakels met elkaar samenhangen. Wetgeving, rechtsbescherming, advocatuur, eerstelijns juridische hulpverlening, rechtspraak, opleiding en professionele ontwikkeling functioneren niet los van elkaar.
Betere toegang tot het recht vraagt daarom niet alleen iets van afzonderlijkeprofessionals en organisaties, maar ook van de manier waarop zij elkaar weten te vinden.
Voor OSR raakt dat rechtstreeks aan de eigen rol als juridische opleider: professionals ondersteunen bij het goed uitoefenen van hun vak, hen blijven ontwikkelen en verschillende beroepsgroepen met elkaar in contact brengen.
Na de inhoudelijke discussie werd het gesprek voortgezet in een andere setting. Onder het genot van een hapje en drankje werd in de tuin van Hotel Karel V nog uitgebreid nagepraat. Een passende afsluiting van een 45-jarig jubileum waarbij niet alleen werd teruggekeken naar wat er in de afgelopen decennia is opgebouwd, maar vooral vooruit werd gekeken.
Want misschien is dát wel de vraag die na deze middag mag blijven hangen: “Wat kan ik vanuit mijn eigen positie doen om ervoor te zorgen dat het recht niet alleen bestaat, maar voor mensen ook werkelijk toegankelijk is?”
< VorigeVolgende >
Share on:
